scope 2 emissies checklist: ben je er klaar voor?

Thomas Bakker
Thomas Bakker
Redacteur KVGM & Veiligheid
CO2-Prestatieladder · 2025-12-25 · 11 min leestijd

scope 2 emissies checklist: ben je er klaar voor?

scope 2 emissies checklist: ben je er klaar voor?

Scope 2 emissies zijn de indirecte uitstoot van je bedrijf die ontstaat door de inkoop van stroom, warmte of koeling. Je bent er klaar voor als je precies weet welke energie je verbruikt, hoe je die meet en hoe je de juiste emissiefactoren toepast. Een checklist helpt je om grip te krijgen op deze cijfers, zodat je niet voor verrassingen komt te staan.

Waarom iedereen ineens over scope 2 praat

Je hoort het steeds vaker: scope 2, scope 2, scope 2. Het is alsof iedereen in één dag een expert is geworden. Maar wat betekent het echt voor jou? Het gaat om de stroom die je koopt. Misschien draaien je lampen op groene stroom, of misschien komt de energie uit een gascentrale. Je ziet het niet direct, maar het telt wel mee. Het is alsof je boodschappen doet: je ziet de appel, maar niet de boom. Toch is die boom er wel. En die uitstoot? Die staat op jouw naam. Daarom is het slim om nu je checklist te maken. Je wilt weten waar je staat. Je wilt geen chaos. Je wilt helderheid.

Stel je voor: je zit in een vergadering en iemand vraagt: "Wat is jullie scope 2 uitstoot?" Je wilt niet gaan gissen. Je wilt een antwoord hebben. Een goed antwoord. Daarom begin je met meten. En meten begint met weten wat je meet. Scope 2 gaat over de energie die je inkoopt. Dat is anders dan scope 1, waar je zelf de brandstof verbrandt. En anders dan scope 3, waar je leveranciers kijken. Scope 2 is jouw verantwoordelijkheid, maar niet jouw directe rook. Het is de rook van de energiecentrale, maar jij bent de klant. En als klant ben je mede-verantwoordelijk. Dat is het spel.

Wat is scope 2 eigenlijk?

Scope 2 is de uitstoot van broeikasgassen die ontstaat door de productie van de energie die jij inkoopt. Denk aan elektriciteit voor je kantoor. Denk aan stoom voor je fabriek. Denk aan koeling voor je datacenter. Je verbruikt de energie, maar de uitstoot gebeurt elders. Toch telt het mee. Het Greenhouse Gas Protocol (GHG Protocol) zegt: als jij de energie inkoopt, ben je verantwoordelijk voor de uitstoot. Dat is de officiële regel.

Je hebt twee manieren om scope 2 te bekijken: location-based en market-based. Dat klinkt ingewikkeld, maar het is logisch. Location-based is de gemiddelde uitstoot van het elektriciteitsnet in jouw regio. Markt-based is de uitstoot die hoort bij jouw contracten. Bijvoorbeeld: je koopt groene stroom met garanties van oorsprong. Dan ziet je market-based uitstoot er anders uit dan je location-based uitstoot. Beide tellen, maar ze geven een ander beeld. Het is slim om beide te gebruiken. Zo laat je zien dat je begrijpt hoe de markt werkt.

De checklist: wat je echt nodig hebt

Een checklist is geen toverformule. Het is een hulpmiddel. Je wilt weten wat je moet verzamelen. Je wilt weten wat je moet doen. En je wilt weten wat je kunt verwachten. Hieronder vind je een lijst die je kunt gebruiken. Pas hem aan, schrap wat niet relevant is, en voeg toe wat je mist. Het is jouw checklist.

  • Verbruiksdata: Vraag je energieleverancier om een overzicht van je verbruik. Per maand, per jaar, per locatie. Zorg dat het klopt. Controleer de cijfers.
  • Contracten: Welk type stroom koop je in? Groen, grijs, mix? Zitten garanties van oorsprong bij? Check de voorwaarden.
  • Emissiefactoren: Vraag om de juiste cijfers. Voor location-based gebruik je de gemiddelde factor van het net. Voor market-based gebruik je de factor die hoort bij je contract.
  • Meetmethode: Gebruik je slimme meters? Of lees je zelf af? Zorg dat je weet hoe je meet. En dat je consistent meet.
  • Locaties: Heb je meerdere panden? Dan moet je per locatie tellen. Soms verschillen de netten. Soms verschillen de contracten.
  • Warmte en koeling: Vergeet ze niet. Stoom en koeling horen ook bij scope 2. Vraag je leverancier om de cijfers.
  • Douane: Ja, soms zit er belasting op je energie. Dat telt niet mee voor de uitstoot, maar wel voor je kosten. Houd het in de gaten.
  • Controle: Laat je cijfers checken door een collega of externe partij. Een frisse blik ziet fouten.

Stap 1: verzamel je data

Je begint met data. Zonder data geen verhaal. Vraag bij je leverancier een overzicht aan. Vaak kun je dat online downloaden. Of je krijgt een pdf. Zorg dat je weet welk jaar je nodig hebt. Meestal is het vorig jaar. Soms is het lopende jaar. Soms is het een gemiddelde van drie jaar. Kies wat logisch is voor je rapportage. En zorg dat je weet wat de eenheden zijn. Stroom zit in kWh. Warmte zit in GJ. Koeling zit in ton koelvermogen. Wees precies.

Als je meerdere locaties hebt, verdeel de data per locatie. Een hoofdkantoor in Amsterdam en een magazijn in Rotterdam? Dan zijn het twee aparte verbruiken. Soms zit er verschil in het net. In Amsterdam is misschien meer windenergie. In Rotterdam meer gas. Dat zie je terug in de location-based factor. Het is leuk om te zien, maar het voegt ook waarde toe. Je laat zien dat je snapt hoe het werkt.

Stap 2: kies je emissiefactoren

Emissiefactoren zijn de cijfers die je vermenigvuldigt met je verbruik. Ze geven aan hoeveel CO2 er per eenheid energie wordt uitgestoten. Voor location-based kijk je naar het landelijk gemiddelde. Dat cijfer vind je op sites van de RVO of het GHG Protocol. Voor market-based kijk je naar je contract. Als je groene stroom koopt met garanties, is je factor laag. Soms zelfs nul. Als je grijze stroom koopt, is je factor hoger.

Wees voorzichtig met cijfers. Niet alle bronnen zijn even betrouwbaar. Gebruik officiële bronnen. En gebruik altijd hetzelfde jaar. Je wilt geen mengelmoes van data uit 2020 en factoren uit 2024. Dat leidt tot verwarring. En tot onbetrouwbare resultaten. Je wilt juistheid. Je wilt consistentie.

Stap 3: berekenen maar

Nu komt de rekenmachine tevoorschijn. De formule is simpel: verbruik × emissiefactor = uitstoot. Maar de praktijk is iets weerbarstiger. Je moet weten welke factor je gebruikt. Je moet weten welk verbruik je pakt. En je moet weten of je location-based of market-based rekent. Doe beide. Dan heb je twee cijfers. Dat mag. Dat is zelfs goed. Je kunt uitleggen waarom ze verschillen.

Stel: je verbruikt 10.000 kWh stroom. Location-based factor is 0,4 kg CO2 per kWh. Dan is je uitstoot 4.000 kg CO2. Market-based factor is 0,1 kg CO2 (groene stroom). Dan is je uitstoot 1.000 kg CO2. Het verschil is groot. Maar beide zijn waar. Het hangt af van je contract. En van hoe je rapporteert.

Veelvoorkomende valkuilen

Er zijn een paar dingen die vaak misgaan. Ten eerste: mensen vergeten stoom of koeling. Die horen wel bij scope 2, maar staan niet altijd op de factuur. Vraag ernaar. Ten tweede: mensen gebruiken de verkeerde emissiefactor. Check altijd de bron. Ten derde: mensen tellen niet per locatie. Dat leidt tot onnauwkeurigheid. Ten vierde: mensen vergeten market-based. Ze rapporteren alleen location-based. Dat is jammer, want market-based laat zien dat je actie onderneemt.

Een andere valkuil is de kwaliteit van je data. Soms is het verbruik geschat. Soms is het gemeten. Soms is het een mix. Wees eerlijk. Geef aan wat geschat is en wat gemeten. Dat bouwt vertrouwen op. En het voorkomt discussies later.

Hoe presenteer je je resultaten?

Je hebt je cijfers. Nu wil je ze delen. Misschien in een duurzaamheidsverslag. Misschien in een presentatie voor het management. Misschien voor een klant. Zorg dat het duidelijk is. Gebruik grafieken. Laat zien waar je bent begonnen en waar je nu bent. Leg uit wat de cijfers betekenen. En leg uit wat je gaat doen om ze te verlagen.

Het is slim om je scope 2 in context te plaatsen. Hoe groot is scope 2 vergeleken met scope 1 en scope 3? Als je scope 2 groot is, is het logisch om te investeren in groene stroom. Als scope 2 klein is, misschien omdat je al veel groen inkoopt, dan is scope 3 misschien belangrijker. Het gaat om het totaalplaatje. Je wilt laten zien dat je strategisch nadenkt.

Scope 2 verlagen: praktische opties

Je wilt je uitstoot verlagen. Dat is logisch. Er zijn verschillende opties. Je kunt overstappen op groene stroom. Dat is vaak makkelijk en snel. Je kunt zelf energie opwekken, bijvoorbeeld met zonnepanelen op het dak. Dan ben je minder afhankelijk van je leverancier. Je kunt energie besparen. Slimme verlichting, betere isolatie, efficiënte machines. Dat scheelt in je verbruik.

Je kunt ook denken aan Power Purchase Agreements (PPA). Dat zijn contracten waarbij je rechtstreeks groene stroom inkoopt van een producent. Dat kan interessant zijn als je veel verbruikt. Maar het is wel iets om goed te regelen. Laat je adviseren. En vergelijk verschillende opties. Er is niet één beste oplossing voor iedereen.

Als je wilt weten hoe je scope 2 stap voor stap kunt aanpakken, kun je kijken naar een stappenplan van A tot Z. Dat helpt je om niet te verdwalen in alle mogelijkheden.

De rol van de CO2-Prestatieladder

Misschien hoor je erover op je werk: de CO2-Prestatieladder. Dit is een instrument dat bedrijven helpt om hun CO2-uitstoot te meten en te verlagen. Het is een soort keurmerk. Als je op de ladder staat, laat je zien dat je serieus bezig bent. Dat kan voordelen opleveren bij aanbestedingen. Je moet dan wel je scope 1, 2 en 3 goed in kaart brengen. En je moet acties ondernemen.

De ladder heeft verschillende niveaus. Op niveau 3 moet je bijvoorbeeld laten zien dat je je uitstoot meet en verlaagt. Scope 2 is daar een belangrijk onderdeel van. Je moet aantonen dat je weet wat je verbruikt en wat je uitstoot is. En je moet laten zien dat je werkt aan vermindering. Het is een framework dat je helpt om gestructureerd aan de slag te gaan. Als je meer wilt weten, kun je lezen over de complete gids voor 2025. Dat geeft je een goed overzicht.

Scope 2 versus scope 1 en 3

Scope 2 is maar één deel van het verhaal. Scope 1 is je directe uitstoot, zoals gas voor je cv-ketel of benzine voor je auto. Scope 3 is de uitstoot van je leveranciers en klanten. Dat is vaak het grootste deel. Toch is scope 2 belangrijk. Omdat je het direct beïnvloedt met je energiecontract. En omdat het vaak goed meetbaar is.

Veel bedrijven beginnen met scope 1 en 2. Omdat die binnen hun eigen organisatie liggen. Scope 3 is vaak complexer. Maar als je scope 1 en 2 op orde hebt, kun je je richten op scope 3. Het is een logische volgorde. En het helpt om je voortgang te laten zien.

Wil je weten wat scope 1 allemaal omvat en welke fouten je wilt vermijden? Dan is het handig om te lezen over veelgemaakte fouten bij scope 1. Zo voorkom je dat je onnodige risico’s neemt.

Kosten en baten

Scope 2 meten kost geld en tijd. Je moet data verzamelen, emissiefactoren kopen, rekenen, controleren. Het is niet gratis. Maar het levert ook wat op. Je krijgt inzicht. Je kunt betere beslissingen nemen. Je voldoet aan wet- en regelgeving. En je kunt een voorsprong krijgen op je concurrenten.

Je kunt je afvragen: wat kost scope 2 emissies in 2025? Dat hangt af van je verbruik, je contracten en de emissiefactoren. Groene stroom is soms duurder, maar soms ook goedkoper. Het hangt van de markt af. Het is slim om je kosten in de gaten te houden. En om te kijken naar de totale impact. Soms leidt een investering in zonnepanelen tot lagere kosten op de lange termijn. Soms is een ander contract voordeliger.

Als je meer wilt weten over de kosten, kun je kijken naar hoeveel scope 3 emissies kosten in 2025. Dat geeft je een idee van de financiële impact van emissies in het algemeen.

Praktijkvoorbeeld: een kantoorpand

Laten we een voorbeeld bekijken. Stel: je hebt een kantoorpand met 50 medewerkers. Je verbruikt 100.000 kWh per jaar. Je hebt een contract voor groene stroom met garanties van oorsprong. De location-based factor is 0,4 kg CO2 per kWh. De market-based factor is 0,1 kg CO2 per kWh.

Je berekening:

  • Location-based: 100.000 kWh × 0,4 = 40.000 kg CO2
  • Market-based: 100.000 kWh × 0,1 = 10.000 kg CO2

Je ziet een verschil van 30.000 kg CO2. Dat is veel. Je kunt dit uitleggen in je verslag. Je kunt laten zien dat je actie onderneemt door groene stroom te kopen. En je kunt laten zien dat je nog steeds rekening houdt met het net gemiddelde. Zo laat je een volwassen be

Volgende stap
Lees het complete overzicht
Alles over CO2-Prestatieladder: de complete gids voor 2026 →
Thomas Bakker
Over Thomas Bakker

Thomas schrijft al meer dan 8 jaar over KVGM, arbeidsveiligheid en milieucertificering. Als onafhankelijk redacteur helpt hij bedrijven om VCA, ISO en andere veiligheidseisen te begrijpen en implementeren.

Op de hoogte blijven?
Ontvang praktische tips over KVGM-certificering. Geen spam, alleen bruikbare informatie.
Door je aan te melden ga je akkoord met onze voorwaarden. Je gegevens worden niet gedeeld met derden.