Kalender:
19-9Training Jop Delemarre
20-9Vrijdag Ronde 3
20-9Jeugd: Ronde
23-9Maandag Ronde 4
23-9Jeugd: Training en Ronde 3
27-9Vrijdag Ronde 4
27-9Jeugd: Ronde
28-9ZSC-Saende 2 - Caissa 3
28-9ZSC-Saende 1 - Oud Zuylen Utrecht 2
30-9Maandag Ronde 5
Competitiesysteem 2005-2006

Gepost door Remco van der Meer op woensdag 21 september 2005 om 21:20

1. Inleiding.
Het meest eerlijke systeem is waarschijnlijk wel de gesloten meerkamp, liefst nog dubbelrondig ook. Helaas is dit voor een clubcompetitie niet mogelijk vanwege de spreiding van de speeldata, waardoor er altijd wel mensen zijn die een paar ronden niet kunnen komen. Daarnaast hebben we binnen onze vereniging ook te maken met een behoorlijke spreiding in speelsterkte, waar je bij de indeling ook rekening mee wilt houden.

Hierdoor kom je te staan voor een paar conflicterende uitgangspunten. Aan de ene kant wil je graag aangeven, dat je hoge opkomst beloont om te zorgen voor een goedbezochte en daarmee aantrekkelijker clubavond. Anderzijds is het sneu om een kampioenschap over zoveel ronden te laten beslissen doordat één van de kanshebbers toevallig een keer minder ziek is. Aan de ene kant wil je je puntentelling zo simpel mogelijk houden. Anderzijds lijkt het bij de variatie in speelsterkte eerlijker om naast het resultaat de speelsterkte van de tegenstander mee te nemen in de puntenwaardering, hetgeen ten koste gaat van de simpelheid, zeker bij variabele opkomst. Daar komt nog bij, dat je bij de teamindeling rekening wilt houden met de prestaties in de interne, zodat het makkelijk is als de stand een eenduidige afspiegeling is van die prestaties.

In het verleden zijn veel pogingen ondernomen om zo veel mogelijk verschillende elkaar tegenwerkende elementen in één systeem te vatten. Geen enkel van deze systemen voldeed volledig aan alle uitgangspunten, juist omdat er altijd naar een compromis is gezocht. Dit leidt tot de gedachte, dat je deze elementen misschien beter in twee parallel werkende puntentellingen kunt onderbrengen, namelijk:

-          een simpele telling met nadruk op hoge opkomst.

-          een telling gebaseerd op sterkte tegenstander en (boven een minimum) geen invloed van opkomst.

Een ander punt is het bestaan van twee clubavonden binnen onze vereniging. Oorspronkelijk speelden de maandag - en vrijdagkampioen nog een beslissingsmatch om het algeheel clubkampioenschap, maar toen de vrijdag steeds duidelijker de sterker bezette clubavond werd, is dit in onbruik geraakt. Hoewel op praktische gronden logisch, werd door het achterwege blijven van de beslissingsmatch de verschuiving van maandag naar vrijdag natuurlijk bepaald niet tegengehouden.

Het combineren van de twee clubavonden binnen één competitie zou:

-          het interessanter kunnen maken voor sterkere spelers om op maandag te komen.

-          alle leden een theoretische kans geven op het clubkampioenschap.

-          de taak voor de teamcommissie vereenvoudigen (geen appels en peren meer).

-          spelers niet meer twee keer binnen één week tegen elkaar laten spelen.

Het nu volgende voorstel tracht de conclusies uit het voorgaande te combineren.

I.       Uitgangspunt.

a.       Twee clubavonden per competitie.

Zowel partijen op de maandag als partijen op de vrijdag tellen mee voor een competitie om het clubkampioenschap. Bij de puntentelling wordt rekening gehouden met de sterkte van de tegenstander en niet-spelen wordt pas onder een bepaalde minimum opkomst bestraft. Indeling geschiedt volgens de ranglijst van dat moment. De achterliggende ideeën en daaruit voortvloeiende formules van dit systeem volgen hieronder.

b.      Twee competities per clubavond.

Partijen gespeeld op maandag tellen ook mee voor een competitie om het maandagkampioenschap, partijen op vrijdag gespeeld tellen mee voor een competitie om het vrijdagkampioenschap. De puntentelling voor deze twee competities is simpel:

Winst                                                          1
Remise                                                       ½
Verlies                                                        0
Vrije ronde                                                1
Extern op clubavond                              1  (*)
Niet spelen                                                0
(*) aanmoediging spelen in team.

Een verdere uitleg is dan ook niet nodig.

II.    Achterliggende ideeën algeheel clubkampioenschap.

a.       Grens voor minimale opkomst.

Bij het spelen op één clubavond is het redelijk om een opkomst van minstens 2/3 van het aantal op die avond gespeelde ronden te verlangen. Rekening houdend met het feit, dat er leden zijn die nooit op maandag of nooit op vrijdag kunnen spelen, geldt een vrijstelling voor de helft van het aantal ronden, zodat de opkomstgrens overall ligt op 1/3 van het totaal aantal gespeelde ronden.

b.      Opkomst einde seizoen.

Om te voorkomen, dat spelers die ruim boven de minimale opkomst zitten zich de laatste ronden niet op de club laten zien, geldt voor het laatste deel van de competitie afzonderlijk ook nog eens, dat hiervan minstens 1/3 deel van het aantal ronden gespeeld moet worden.

c.       Waardering voor spelen.

Gespeelde partijen leveren de rating van de tegenstander gedeeld door honderd. Voor een winstpartij komt daar 10 punt bij en voor een verliespartij gaat er 10 punt af. Met dit puntenaantal zal een topspeler die alleen op vrijdag komt bij zijn verwachte score ongeveer eenzelfde puntenaantal halen als bij alleen op maandag komen.

d.      Waardering voor niet-spelen boven de opkomstgrens.

Zolang de minimale opkomst maar gehaald wordt, worden gelijke prestaties in de stand gelijkelijk beloond (20 uit 30 is even goed als 24 uit 36 tegen dezelfde gemiddelde tegenstand). Dit betekent, dat dergelijke spelers bij niet-spelen een puntenaantal krijgen gebaseerd op hun score tegen hun gemiddelde tegenstand.

e.       Waardering voor niet-spelen onder de opkomstgrens.

Indien een deelnemer aan de competitie minder dan 1/3 van het aantal verspeelde ronden is gekomen, dan wordt hij daarvoor gestraft met een nul tegen zijn gemiddelde tegenstand voor iedere partij die hij te kort komt, bv. iemand met 5 uit 10 na 45 ronden had eigenlijk minstens 15 ronden moeten spelen en wordt dus gewaardeerd alsof hij 5 uit 15 heeft gehaald. Voor alle overige ronden krijgt hij een puntenaantal gebaseerd op deze score tegen zijn gemiddelde tegenstand.

f.       Waardering voor niet-spelen bij heel lage opkomst.

Voor spelers die heel weinig komen, zou dit betekenen, dat ze te snel op de ranglijst zakken en als ze dan een keer komen een te zwakke tegenstander treffen. Daarom geldt ook, dat het aantal strafnullen nooit meer mag zijn dan het totaal aantal echt gespeelde partijen.

 

g.      Correctie bij minder dan vijf gespeelde partijen.

Bij minder dan vijf partijen is zowel de gemiddelde tegenstand als de score onbetrouwbaar en mogelijk onderhevig aan sterke schommelingen. Daarom begint iedereen met 50% tegen zijn eigen rating en wordt er langzamerhand meer gewicht gegeven aan de echte gemiddelde tegenstand en de echte score. Bij minimaal vijf gespeelde partijen spelen de eigen rating en de 50% geen rol meer.

III. Formules (voor de liefhebbers).

c.       Waardering voor spelen.

Het totaal aantal punten voor alle gespeelde partijen is gelijk aan:

                        G * (RD + (20 * SD) – 10)          (I)
Met:       RD          = Rt,gem / 100             (a)
                        SD           = S% / 100                    (b)

                        S%          = (W + ½ * R) / G         (1)

Waarbij:                G    = Aantal gespeelde partijen.
                        Rt,gem   = Gem. rating tegenstanders.
                        W            = Aantal keer winst.
                        R             = Aantal keer remise.

 

d.      Waardering voor niet-spelen boven de opkomstgrens.

Het totaal aantal punten is te verkrijgen door formule (I) te delen door G en te vermenigvuldigen met N:
                N * (RD + (20 * SD) – 10)          (II)
Waarbij:                N    = Totaal aantal ronden.

e.       Waardering voor niet-spelen onder de opkomstgrens.

In dat geval gaat formule (1) over in:

            S%  = (W + ½ * R) / (G + 1/3 * N – G)
                    = (W + ½ * R) / (1/3 * N)        (2)

f.       Waardering voor niet-spelen bij heel lage opkomst.

Formule (1) wordt vervangen door:
        S%      = (W + ½ * R) / 2 * G          (3)

Deze formule geldt dus voor mensen die minder dan 1/6 van het aantal verspeelde ronden opgekomen zijn. Hun score wordt gehalveerd.

g.      Correctie bij minder dan vijf gespeelde partijen.

Het puntenaantal wordt dan gegeven door formule (II), waarin:
RD = (G * Rt,gem + (5 – G) * Re) / (5 * 100)
Waarbij: Re = Eigen rating.
SD = (G * S% + (5 – G) * 50) / (5 * 100)
Met:       S% volgens (1), (2) of (3).

IV. Saldokolom.

Nieuwe leden die tijdens de competitie instappen hoeven van de voorafgaande ronden natuurlijk niet eenderde gespeeld te hebben. Om deze eventualiteit te ondervangen en iedereen in één oogopslag duidelijk te maken in hoeverre hij voldoet aan de opkomstnorm, wordt in de stand een saldokolom gegeven. Hiermee is te bepalen of III.d (formule 1), III.e (formule 2) of III.f (formule 3) van toepassing is. Dat werkt als volgt:

1.      Iedereen start met een saldo van 0.

2.      Voor iedere ronde die verspeeld is, krijgen alle deelnemers aan de competitie (of ze nu gespeeld hebben of niet) +½ bijgeschreven in hun saldo-kolom. Over twee ronden is er dus +1 bijgeschreven, waarmee rekening gehouden wordt met het vast niet op maandag of vrijdag kunnen spelen van een deel van de spelers.

3.      Voor iedere ronde die een bepaalde deelnemer wel gespeeld heeft, wordt +½ bijgeschreven in de saldo-kolom. Na twee gespeelde ronden is er dus ruimte om één ronde niet te komen, overeenkomend met de 2/3-opkomsteis per clubavond.

4.      Niet-spelen a.g.v. vrije ronde of externe wedstrijd op de speelavond zelf levert geen directe punten op, maar wel +½ in de saldo-kolom. Immers, de speler was aanwezig en kon buiten zijn schuld geen partij spelen.

5.      Voor iedere ronde die men niet speelt wordt een punt afgetrokken van het saldo.

6.      Is het saldo niet negatief (de opkomst is minimaal 1/3), dan geldt formule (1) voor de berekening van het scoringspercentage.

Is de negatieve waarde van saldo kleiner dan de positieve waarde van het aantal gespeelde partijen (opkomst tussen 1/6 en 1/3), dan geldt formule (2), waarbij bedacht moet worden, dat saldo aangeeft hoeveel ronden een speler te weinig heeft gespeeld om tot 1/3 opkomst te komen (dus saldo =

1/3 * N - G).

Is de negatieve waarde van saldo groter dan de positieve waarde van het aantal gespeelde partijen (de opkomst ik kleiner dan 1/6), dan geldt formule (3).

7.      Nadat 5/6 van alle ronden gespeeld is, worden alle positieve saldi teruggezet op nul.

8.      Let op! Spelers die een negatief saldo hebben, kunnen dit nog opkrikken door de rest van het seizoen veel te komen en daarmee hun puntenaantal dus ook opvijzelen.

9.      Als het scoringspercentage bekend is, dan kan het puntenaantal voor iedere deelnemer berekend worden volgens formule (2).

V.    Conclusie.

De formules zullen niet aan iedereen besteed zijn, maar de achterliggende ideeën geven wel aan, dat het mogelijk is om maandag- en vrijdagresultaten in één gezamenlijke ranglijst bij te houden. Een ranglijst die een goed beeld geeft van de prestaties van deelnemers die voldoende zijn geweest. En een ranglijst die de spelers met een te lage opkomst zwaar straft bij een hoge score (ze mogen geen kampioen worden) en minder zwaar als hun score gemiddeld is (behoud van kans op leuke tegenstander).

Door daarnaast een stand bij te houden voor de afzonderlijke speelavonden die gebaseerd is op het meest eenvoudige puntensysteem en waarin hoge opkomst sterk beloond wordt (bij voldoende score uiteraard), is er voor elk wat wils op de clubavonden.

U moet inlogd zijn om te kunnen reageren. Er zijn nog geen reacties.

Contact | Formaliteiten